Het stomme woord van de dag is: ‘integraal’. Op zich niks mis mee, als je het hebt over de limiet van de som van onbepaald afnemende termen wiskundige tekens of –en ook deze heb ik heus niet van Van Dale Taalweb geplukt- de Nederlandse staatsschuldbrief met gegarandeerde rente. Wat ‘integraal’ stom maakt, is de manier waarop het meestal wordt toegepast. Namelijk door mannen gekleed in pakken met manchetknopen, overhemden met hoge driedubbele boorden en zelfvoldane grijnzen. Mannen die nergens voor geleerd hebben [meestal hebben ze Commerciële Economie gedaan] en niks kunnen, maar zichzelf desondanks Consultant of Projectleider mogen noemen. Mannen die overdadig zijn in het gebruik van aftershave en gel en minder in nederigheid of aangeboren intellect. De types die het thuis nog net voor elkaar krijgen dat ze op zondagavond een uurtje ongestoord naar sport mogen kijken, maar op de vrijdagmiddagborrel -die ze vrijmibo noemen- doen alsof ze verdelen, heersen, komen, zien en overwinnen in welke sociale of professionele situatie dan ook.
Snorren drukken
Dat soort heren gebruikt dus het woord ‘integraal’. Nooit in wiskundige of economische toepassing. Altijd om domweg slim te lijken of enorm de snor te drukken. Ze zeggen dingen als ‘Laten we dat traject integraal oppakken’. Dat betekent niet dat het traject integraal wordt opgepakt. Het betekent: “Luister, ik weet wel dat ik het al lang had moeten doen maar ik heb helaas geen zin. Ik gebruik nu het woord integraal, zodat jullie begrijpen dat jullie het werk gaan doen en ik volgende maand tijdens de borrel op het hoofdkantoor de CEO ga vertellen hoe goed ik alle shit integraal heb geïmplementeerd.”
Implementeren
Implementeren is er ook een trouwens. Een overgankelijk werkwoord is het zelfs. Indien uitgesproken door een man met overbodige boorden op zijn overhemd en een overbodige grijns op zijn hoofd, wordt implementeren gebruikt als de illusie gewekt moet worden dat er iets gaande is waar in werkelijkheid niemand nog een ene reet aan heeft gedaan. En als het allemaal veel langer duurt dan de klant bereid is op nacalculatie te betalen. Dat de klant gaat betalen is overigens een feit, want daarvoor hebben we het als vage stelpost opgenomen in het project. Dat is de projectfase die we opnemen om improductief gestuntel facturabel te maken.
Een garantie dat het implementatietraject integraal niet opschiet is het moment waarop iemand zegt:
“Daar moet nog iemand een plasje over doen.”
Persoonlijk verlies ik mijn respect al wanneer een onschuldige moeder aan een nog onschuldiger peuter vraagt of die nog een plasje moet doen. Kun je nagaan wat het met mijn medemenselijkheid doet wanneer een veertiger met Boss-broek, Blackberry en bierbuik over plasjes begint.
Ik ga hem dan direct heel actief negeren. Maar de pest is natuurlijk dat hij het niet doorheeft als hij actief genegeerd wordt. Ik haat hem dan 2 seconden in stilte, want als ik dat langer doe voel ik me schuldig en ben ik bang dat ik ga branden in de hel waarin ik niet geloof maar je weet maar nooit. Bovendien: hoe belangrijk kan het zijn? Wat schiet je ermee op als je negatief oordeelt over mensen, alleen maar omdat hun taalgebruik je misselijk maakt? Hoe oppervlakkig ben je dan? Nou, heel. Ik dus vooral. Ik vind je namelijk oprecht minder leuk als je ‘gezellie’, ‘doe-doei’ of ‘toppie’ zegt. Vooral als je een man bent. Al die woorden mag je wat mij betreft integraal consolideren voor implementatie elders. OK? Toppie.


