In You are not a gadget – met de ter zake doende ondertitel: A manifesto, ik ben dol op manifesten – bindt computertechneut en filosoof Jaron Lanier de strijd aan met het ontmenselijkende effect van moderne computertechnologie. Hij ontziet daarbij geen enkel heilig Internethuisje: Web 2.0, Facebook, Wikipedia, Twitter, de ‘wisdom of crowds’, cloud computing en al die andere ontwikkelingen waar we met z’n allen zo hard achteraan lopen, ze krijgen er allemaal van langs. En hij is niet de eerste de beste, want de uitvinder van de ‘virtual reality’.
Zijn belangrijkste punt: internetgiganten als Google en Facebook – de ‘Lords of the Cloud’ – beperken hun gebruikers, door hen als niet veel anders te zien dan een bron van marketingdata of door hen in een softwarematig keurslijf te dwingen waardoor hun individualiteit gevaar loopt. Mensen zijn in Web 2.0-toepassingen onderdeeltjes van netwerken, punten die door een lijn met elkaar worden verbonden. Als persoon worden ze daardoor diffuus en zullen ook zo door anderen worden gezien. Lanier noemt dat: “a reduced expectation of what a person can be.” Door mensen als een menigte, de crowd, te zien en niet als individuen, dus door het collectief te benadrukken, neemt de waarde van het individu af. We zijn niet vrij om onszelf te zijn, want de onderliggende technologie bepaalt hoe we met elkaar omgaan.
In de crowd ben je anoniem of pseudoniem en daardoor is er maar weinig reden om zorgvuldig te zijn. In hoffelijk gedrag naar anderen of in het waarderen van uniciteit of originaliteit. En er is al helemaal geen reden meer om scheppend te zijn of te excelleren. Je product gaat binnen de kortste keren op in de ‘mash’ van alle andere producten en cultuur is als gevolg daarvan niets anders meer dan een eindeloos recyclen van zaken die er al zijn. Zoals Lanier zegt: “When you have everyone collaborate on everything, you generate a dull, average outcome in all things. You don’t get innovation.”
Zonder een cultuur- of techniekpessimist te willen lijken: ik denk dat er wel een grond van waarheid in zit. Oorspronkelijkheid – ook wel authenticiteit genoemd – is één van de bouwstenen van niet alleen de menselijke creativiteit, maar speelt ook een rol in het ontwikkelen van de eigen moraal. Als mensen – in hun zijn en doen – allemaal naar middelmaat gaan neigen, denk ik niet dat de mensheid dat uiteindelijk gaat overleven. Aan de andere kant: de onbegrensde mogelijkheden om dat wat we belangrijk vinden uit te wisselen of om gewoon plezier te hebben in het gebruik van sociale media verschaffen ook veel positiefs. Net als met alles gaat het er hier ook om: niet de techniek zelf is de bron van het kwaad, maar de manier waarop we ermee omgaan.
Lessen voor personeelswervers
En dat brengt me op de vraag wat dergelijke inzichten kunnen betekenen voor recruitment. Het risico om mensen niet als individuen te zien is daar – door het gebruik van sociale media – natuurlijk wel degelijk aanwezig: in de onafzienbare bron potentiële kandidaten die LinkedIn is of bij gebruik van een ATS waarbij je in één ‘batch’ iedereen met een MBO-achtergrond ongezien kunt afvinken, want we vragen nu eenmaal HBO. Jaha, ik weet dat het verdomd lastig is om honderden sollicitanten allemaal de aandacht te geven die zij met hun ongekende uniciteit ongetwijfeld verdienen. Maar dat sollicitanten, potentiële sollicitanten, belangstellenden, relaties en noem maar op, door de techniek als ‘nummer’ (kunnen) worden gezien… Dat zou inderdaad best een wat minder menselijk effect van dit soort toepassingen kunnen zijn en misschien ook nog een terugslag krijgen in het beeld dat mensen van organisaties hebben.
Ik weet dat het aan mensen zelf is om ‘boven de massa’ uit te steken en dat ze daar best wat moeite voor mogen doen. Ik sluit me daarom aan bij de laatste regel op de omslag van het boek: ‘You have to be somebody before you can share yourself.’

