Samenwonenden kunnen vanaf volgend jaar niet langer jaarlijks kiezen voor het fiscale partnerschap bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting. De belastingdienst bepaalt vanaf volgend jaar of er sprake is van een fiscaal partnerschap door te kijken naar de feitelijke situatie.
De Belastingdienst introduceert het basispartnerbegrip voor alle belastingen en toeslagen. Met de invoering van dit basispartnerbegrip vallen alleen de gehuwden, de geregistreerde partners én samenwonenden die gezamenlijk staan ingeschreven op hetzelfde woonadres én een notarieel samenlevingscontract hebben afgeloten onder het fiscale partnerschap. Andere ongehuwd samenwonenden worden voor de belasting en toeslagen niet meer als partners aangemerkt.
Natuurlijk kent de nieuwe regeling wel enkele uitzonderingen. Ongehuwd samenwonenden, die op hetzelfde woonadres staan ingeschreven maar geen samenlevingscontract hebben, worden nog wel als fiscale partners aangemerkt als zij samen:
- een kind hebben, of
- een woning bezitten, of
- als partners zijn geregistreerd in een pensioenregeling.
Het huwelijk en het fiscale partnerschap
Voor de gehuwden onder ons verandert er eigenlijk niks. Gehuwden zijn fiscale partners en blijven dit ook tot de dood hen scheidt maar wordt de eindstreep niet gezamenlijk behaald dan verdwijnt natuurlijk ook het partnerschap voor de belasting. Hierin is de wet wel op één punt aangescherpt: Duurzaam gescheiden leven is niet meer genoeg om het fiscale partnerschip te laten eindigen. Voor een beëindiging van het fiscale partnerschap moet er sprake zijn van een civielrechtelijke scheiding van tafel en bed of van een echte scheiding.


