Het blijkt dat het tekort aan talent de grootste zorg is van HR-managers. Na de afbraak van de bezuinigingen van de afgelopen jaren gaat het nu weer om bouwen aan de toekomst. Dat is positief, maar het is jammer dat daarbij weer het woord ‘talent’ opduikt. Persoonlijk denk ik dat dat één van de meest geïnflateerde termen uit het HR-domein is en daardoor een schimmige betekenis heeft gekregen. Misschien moeten we het woord voorlopig maar even afschaffen.
Maar goed, die HR-managers maken zich dus zorgen. Over een tekort aan talent. HR-managers maken zich altijd zorgen, maar in dit geval lijkt me dat ze zich beter ergens anders zorgen over kunnen maken.
Want wat is talent? Filosoof Paul Cobben zegt in de Volkskrant van 23 april daarover: “Vroeger was het normaler om te zeggen: heb je talent? Oké, dan kost het toch nog tientallen jaren om dat te ontwikkelen; dat vereist hard werken”. Volgens sommigen gaat het om 10.000 uur ‘oefenen’: “You can separate the good from the great based on hours spent doing deliberate practice”. Daar heeft lang niet iedereen zin in: “Het onderdeel ‘hard werken’ wordt weggefilterd, dat doet niet meer mee. Het moet onmiddellijk”. Het is natuurlijk ook lastig; de wereld verandert snel en het valt niet mee om vandaag de dag met je kop boven het maaiveld uit te steken, zeker als je jezelf als een ‘talent’ beschouwt op een terrein waar de concurrentie groot is. Tienduizend uur duurt lang; bij veertig uur oefenen per week al gauw een jaar of zes. Hard roepen gaat een stuk sneller. Maar echte talenten? Die zijn schaars.
Grens
En misschien is dat maar goed ook. Er is een grens aan wat een samenleving aan ‘talent’ kan verwerken, zeker als we het interpreteren als ‘hoogopgeleid’. De ‘kenniseconomie’ of ‘ideeëneconomie’ is een mooi concept, maar daar hebben we natuurlijk niets aan als er geen mensen overblijven die met al die kennis iets doen of die een idee kunnen uitvoeren. Er sterft al veel te veel in schoonheid. Onze samenleving is pas echt in de aap gelogeerd als er alleen nog maar ‘talenten’ overblijven en er geen mensen meer zijn die onze haren knippen, afrekenen bij de Blokker, assisteren bij operaties of de geldautomaten bijvullen. Die vraag – hoe houden we de boel draaiend – dát zou nou de echte zorg van HR-managers moeten zijn.


Het heeft alles te maken met de definitie.
Ik kan begrijpen dat je talentmanagement verkeerd vind gekozen, maar hoe zou je dan vanuit het binden-en-boeien perspectief de sleutelfiguren in een organisatie willen noemen? Die 20% die 80% van de omzet binnenhaalt?
Ik koppel het talent aan iets graag willen doen. Iemand die graag haren knipt en daar goed in is heeft zijn/haar talent gevonden! Niet dan?