HRM: Oude koeien uit de cijfersloot

Na de vorige blog over ‘Vakmanschap is meesterschap!‘ dacht ik: “Zullen we het eens omkeren?”. Misschien spreken mensen niet alleen over DOEN, maar ook over ONTWIKKELING, als we denken aan ambacht en vakmanschap. Welke schoolverlaters en studenten leveren we eigenlijk af in 2011? Wat is het resultaat van ons huidige onderwijssysteem?

 

Laten we ons eens inspireren door de oratie van Volman en de Miljoenennota van afgelopen week:

“Hoge leerprestaties zijn niet voor alle leerlingen haalbaar. Maar de ervaring zelf van betekenis te kunnen zijn, ligt binnen het bereik van alle leerlingen, of ze nu worden opgeleid tot ambachtsman of academica.” (Volman)

“goed onderwijs, een sterke rechtstaat, een gunstig fiscaal klimaat, goede prikkels voor het arbeidsaanbod en een goede infrastructuur. (Miljoenennota)

“Via prestatieafspraken over onder meer kwaliteit en benutting van kennis krijgen mbo’s, hogescholen en universiteiten meer prikkels om te excelleren. Dit alles om Nederland uit te rusten voor een positie in de voorhoede van kenniseconomieën.” (Miljoenennota)

Met twee studerende kinderen (20 en 18 jaar) ervaar ik de druk van de prestatiebeurs. Met een focus op excellentie en prestatie krijgen de huidige studenten een voorproefje van de High Performing Organisations (HPO), Management Development (MD) en Performance Management (PM). Al deze trajecten worden via cijfers gemeten, zodat de prestaties steeds beter in beeld gebracht kunnen worden. Het wordt er al vroeg ingstampt via het jeugdjournaal, de krant en de regeringsplannen. Maar waar leidt deze focus op prestatie en excellentie toe in het onderwijs en in organisaties? Dat was de vraag van Monique Volman.

Haar oratie ‘Kennis van betekenis’ gaat ondermeer in op de risico’s van een prestatiegerichte focus op het onderwijs en op leerlingen. Kort gezegd: door je alleen te richten op toetsen die je prestatie meten, train je ‘gezapige koeien’. Volman somt op:

  • “Streven naar hogere leerprestaties is een lovenswaardig maar beperkt en zelfs riskant ideaal. Het is beperkt omdat leerprestaties realiseren slechts de buitenkant is van waar onderwijs voor is en wat scholen doen. Het gaat niet alleen om veel weten, maar ook om met die kennis en vaardigheden iets kunnen en willen doen, je daar verantwoordelijk voor voelen.”
  • zelfvertrouwen, creativiteit, doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en nieuwsgierigheid ontwikkelen (…) respect, verantwoordelijkheidsgevoel, bereidheid tot dialoog.”
  • minder aandacht voor de andere aspecten van talentontwikkeling die moeilijk te toetsen zijn;
  • meer leertijd voor de vakken die getoetst worden (Nederlands, Engels en Wiskunde). Hierdoor blijft er minder tijd over voor vakken als cultuur en geschiedenis die “zelfstandige geesten [kweken] die niet kritiekloos meehobbelen met de massa”;
  • grotere kans op strategisch gedrag, zoals trainen voor de cito-toets. Hierdoor leren de leerlingen een kunstje dat ze niet echt beheersen en niet kunnen toepassen in het echte leven.

Met de subsidie voor “Sociale Innovatie” in het verschiet, vraag ik mij af of we die creativiteit eigenlijk wel willen. Willen we eigenlijk wel mensen die nadenken, anders doen en nieuwsgierig zijn. Wie kunnen er écht overleven als we door de crisis geen zekerheden meer overhouden?

Ik denk dat de creatieveling altijd wel iets vindt om zijn dagelijkse kostje te verzekeren (met of zonder geld). Uit onderzoek blijkt dat, echte creativiteit maakt een manager alleen maar bang. Bovendien blijkt de meetlat voor prestaties in sommige organisaties een onwrikbaar gegeven te zijn. Een duidelijk voorbeeld is het gebruik van de gausscurve in de beoordelingssystematiek. Ook als een medewerker een topprestatie heeft geleverd, kan hij of zij een ‘normale beoordeling’ krijgen, omdat er al voldoende toppers zijn. Wat dit doet met de motivatie van de betreffende medewerker hoef ik je vast niet uit te leggen. Ook de bonuscultuur waarbinnen de beste presteerders de meeste sterren, de hoogste rang en (dus) de hoogste bonus krijgt is een voorbeeld strategisch gedrag door fixatie op de prestatie. (Puur & Co)

Tijdens een telefoongesprek met een docent HBO sprak ik over de passie, betrokkenheid en motivatie van zowel studenten als docenten. Hij sprak over de zin van evindence-based onderzoek en de bevlogenheid door het nieuwsgierig zijn. Aangezien de huidige studenten de medewerkers van de toekomst zijn is het noodzakelijk om de gevolgen van HPO onder de loep te nemen. Welke zin zien zij? Na het horen van de troonrede en de Algemene Beschouwingen zijn de meesten van ons pessimistisch over de toekomst. Waar is onze  passie, betrokkenheid en motivatie? Waar moet het naar toe? En vooral HOE? Volman zegt hierover:

“Aan de bovenkant van de hiërarchie de topkoeien, die geleerd hebben vooral gericht te zijn op hun eigen succes. Aan het andere uiterste de gefrustreerde koeien, die het streven naar hoge prestaties niet kunnen bijbenen. Voor leerlingen die laag presteren is het moeilijk het verblijf op school als zinvol te zien. Voor beide groepen geldt: hoe hou je ze betrokken?”

En dat geldt waarschijnlijk voor studenten, werknemers, directie, docenten, etc. Wanneer de nieuwsgierigheid en het verlangen om nieuwe dingen te ontdekken geblokkeerd wordt door faalangst, het maken van fouten, faillisement, moordende concurrentie, studieschulden en onnodige procedures, komt er nooit een goed idee naar voren. Gooi je die subsidie “Sociale Innovatie” maar in de prullenbak en staar je blind op grafieken, OPEX, lean en analyses? Nee, toch!
Investeer in de passie en de bevlogenheid van mensen. Laat mensen ontdekken wat ze kunnen en gebruik deze creativiteit. Haal geen oude koeien uit de sloot!

Meer lezen van Esmeralda de Vries? Esmeralda schreef ook:

Vakmanschap is meesterschap!
HRM: Bemoei je met je eigen zaken!
HRM: Zelf(s)management is hot!
HRM: Samen tegen elkaar
Arbeidsmarkt: De zesjes cultuur krijgt een 10!

VN:F [1.9.17_1161]
Rating: 9.7/10 (3 votes cast)
HRM: Oude koeien uit de cijfersloot, 9.7 out of 10 based on 3 ratings

Ook interessant om te lezen:

avatar

About Esmeralda de Vries

Esmeralda de Vries is arbeidsmarkt-watcher en organisatie-socioloog. Met een technische en HRM achtergrond heeft zij vanuit haar bureau E. de Vries Personeelsadviezen een methode ontwikkeld voor strategisch HRM en werkONDERNEMERschap: het AVAfit model. AVA staat voor Afstemming in de Vraag náár en de Afstemming ín werk. Fit staat voor de fits en schakels er tussen. Deze systematiek maakt het mogelijk om stap voor stap strategisch HRM doelgericht te gebruiken. AVAfit is toepasbaar op persoonlijk, HRM, organisatorisch en branche niveau.

Momenteel verricht zij - als buitenpromovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Twente - onderzoek naar de omgevingsinvloeden op (nieuwe) arbeidsverhoudingen en een fit SHRM.

Als onderzoeker, blogger en spreker is haar kernwoord "nieuwsgierigheid". Niet alleen speurt zij naar ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt en vertaalt deze naar praktische acties op de werkvloer, maar laat zij anderen ook nieuwsgierig worden naar de mogelijkheden die deze veranderingen bieden. In zowel gastcolleges op hogeschool en universiteit als (key-note) spreker slaat zij tijdsbruggen tussen alumni & studenten, oud & jong, profit & non-profit, werkgever&werknemer.

Emeralda maakt gebruik van nieuwe mogelijkheden zoals social media. Je kunt haar volgen op Twitter, LinkedIn, Facebook en www.avafit.com .