Zelfredzaamheid: zelfstandig of alleen?

Delen

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel, schooldirecteur basisschool Maxima in Berkel en Rodenrijs(Lansingerland) en Esmeralda de Vries , Arbeidsmarkt-socioloog (AVAfit). Het maandthema van december gaat over communicatie. Maar hoe communiceren we over zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Via twitter deed ik een oproep. Hanneke reageerde snel. We stelden ons de vraag: Welke soorten en invalshoeken van zelfredzaamheid zien we in ons werk. Wat herkennen wij hiervan bij de jeugd en ouderen van tegenwoordig?

Hanneke:

Zelfredzaamheid, een woord dat mij aan het denken heeft gezet. Een tweet van Esmeralda triggerde  mij om hier meer inhoud aan te geven. De betekenis ervan zit ‘m in het zichzelf kunnen redden in algemene zaken in het leven, iets zonder hulp te kunnen oplossen.

Als onderwijsmens bekijk ik de zelfredzaamheid van de kinderen op de basisschool. Als voorbeeld zie je in de kleutergroepen dat kinderen moeten leren om zelf hun jas aan en uit te trekken en deze zelf moeten leren ophangen onder de welbekende luizencape. Dat is al een kunst op zich, maar ze kunnen het echt al in groep 1, als je die zelfredzaamheid maar stimuleert. Ook de beker en het bakje met eten kunnen kinderen echt zelf mee naar binnen nemen en op de plek neerzetten, waar het hoort.

In hogere groepen moeten kinderen leren om zichzelf te redden, door sociale vaardigheden op te doen, maar ook in het leerwerk door om te kunnen gaan met hun eigen hulpvraag. Zelf oplossingen zoeken geldt dus voor dagelijkse handelingen als de wc-gang, maar ook voor het oplossen van een ruzie of het voor elkaar krijgen van hulp bij het opdoen van kennis. Een kind met een stoornis of handicap heeft een extra uitdaging. Zij zullen met hun zelfredzaamheid, naast de dingen die iedereen moet kunnen om zichzelf te kunnen redden, ook nog eens zichzelf moeten redden als ze dyslexie hebben, een spraakstoornis ervaren of een been hebben gebroken. Ook dan kunnen we kinderen stimuleren om hun zelfredzaamheid te vergroten door hiermee te leren omgaan. Een stukje acceptatie, openheid en bespreken wat er wel en niet mogelijk is.

Esmeralda, wat versta jij onder zelfredzaamheid in jouw werk? Wanneer noem jij mensen zelfredzaamheid? En hoe stimuleren jullie dit?

Esmeralda:

Zelfredzaamheid is een containerbegrip. In mijn werk als organisatie-socioloog kijk ik naar het gedrag van groepen mensen. Dit kunnen werknemers zijn, klanten, studenten, teamleden, directieleden, stagiaires, 55+ werkzoekenden, etc. Kortom alle groepen die je op de (arbeids)markt tegenkomt. In 1984 werd ik gegrepen door MANS (Management Arbeid Nieuwe Stijl) met zelfstandige teams en verantwoordelijkheden op de werkvloer. Dat was toen nieuw. Nu in 2011/2012 zie ik het terug in zelfstandige teams in de zorg, bij Het Nieuwe Leren van studenten, bij de flexibiliteit door het creí«ren van balans in werk & privé, etc.

Zelfredzaamheid is een onderdeel van sociale kwaliteit, de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, de condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren. Bij een grote zelfredzaamheid ben je onafhankelijker van de beslissingen van anderen en kan je meer invloed uitoefenen op je sociale context.

Ik kom net terug van een vergadering met een 55+ netwerk van werkzoekenden. Zij snappen dat ze de heerlijk vertrouwde zekerheden van “het oude werken” moeten loslaten om de aansluiting te kunnen maken en te behouden met de hedendaagse arbeidsmarkt. Ik noem hun ook early adapters van “Het Nieuwe Werken. Hierbij gaat het om meer dan niet tijd- en plaatsgebonden werken, maar om de zelfredzaamheid binnen het verrichten van opdrachten die inkomsten genereren. Heel stimulerend (vanuit de positie van opdrachtgever en opdrachtnemer gezien)!

Tegelijkertijd zie ik ook jongeren zeer zelfstandig studeren als basis voor hun zelfstandigheid in hun toekomstig werkproces. En wat dacht je van onze generatie? Je noemde onze duoblog, die ontstaat via de digitale snelweg ook al een mate van zelfredzaamheid. Onlangs las ik nog een interessant artikel over social media als middel om ouders te betrekken bij school. Het is dus een HOT onderwerp!

Kortom: zelfredzaamheid is van alle markten thuis. Maar als je het allemaal zelf kan, heb je dan eigenlijk nog wel een “baas”, “leidinggevende” of “manager” nodig?

Hoe zie jij dat als directeur van een basisschool?

Hanneke:

Het is prachtig gezegd om zelfredzaamheid te zien als een stuk onafhankelijkheid. Je kunt de dingen zelf. Toch vind ik niet dat je daarmee de dingen alleen kunt doen. Wij, als mensen, hebben altijd andere mensen nodig. Sommigen in meerdere, anderen in mindere mate. Dit begint al vroeg. Als ik kijk bij mij op school met de kinderen die net op school komen (4 jaar), zie je dat ze imitatiegedrag vertonen, ze leren door naar elkaar te kijken en elkaar na te doe, zo leren ze van elkaar en van de leerkracht. Ook als volwassenen leren wij door te communiceren met anderen. Jouw 55+ groep is met elkaar tot een bepaalde conclusie gekomen, dit hadden zij stuk voor stuk waarschijnlijk niet bereikt. Ook deze duoblog is een bewijs van 1+1 is meer dan 2. Door samen over dingen te praten, elkaar dingen te laten “zien” kom je verder en worden andere mogelijkheden zichtbaar.

Het lijkt dus zo te zijn dat zelfredzaamheid niet betekent dat je het allemaal alleen moet doen, maar dat je zelf (eventueel met behulp van anderen) naar een oplossing kunt zoeken. Jezelf kunnen redden betekent ook niet dat je het alleen hoeft te doen, maar zelf op onderzoek uitgaat. Ontdekkend leren, maar ook kunnen laten zien aan anderen. Dat is ook weer mooi in de veranderende invulling van allerlei opleidingen.

Maar nu jouw laatste vraag: Hebben we nog een leidinggegevende nodig? Ik gebruik het liefst leidinggevende in plaats van baas. De baas doet me denken aan ” de baas spelen”, ofwel de bepalende factor, terwijl ik denk dat je als leidinggevende stimuleert en inspireert om het samen op te lossen. De kracht uit mensen halen. Daarin zal – naar mijn bescheiden mening – wel iemand of een kleine groep mensen een richting moeten aangeven. Sturing geven aan veranderprocessen, een centrale verantwoordelijkheid, juist omdat er dan ook leiding gegeven wordt aan een proces. Een leerkracht doet dat in de klas, een ouder doet dat thuis, een leidinggevende doet dat op zijn werk.

Zelfstudie is goed, maar ook leren van elkaar (studieteams) en presenteren (laten zien aan anderen) is noodzakelijk om verder te komen. Leuk dat je ook de digitale wereld erbij betrekt. De laatste jaren heeft dit natuurlijk een enorme vlucht aangenomen. Ook daarin laten mensen elkaar zien, worden er allerlei meningen en ideeí«n opgeworpen en worden er zo weer nieuwe dingen ontwikkelt.

Hierbij zie je dat mensen zich ontwikkelen, maar ook deze moderne digitale tijd is veel verder ontwikkeld. In de toekomst zal het niet anders zijn, wij zijn immers al ouderwets ten opzichte van onze kinderen.

Daarmee is de zelfredzaamheid van kinderen van nu wat verschoven. Terwijl het belangrijk is, dat kinderen van nu straks wel op eigen benen kunnen staan.

Hoe geef jij aandacht aan zelfredzaamheid in jouw werk en in het geven van workshops?

Esmeralda:

Precies, Hanneke. Zelfredzaamheid doe je niet ALLEEN, maar ZELFSTANDIG met anderen. Daar gaat het om tijdens studie, werk, wonen etc. In mijn blog Jip en Janneke in Social Media land vertelt Sabrina over de communicatietechniek van oma in vergelijking tot haar kleinkind. Er is eigenlijk weinig verschil. Oud leert jong en ook omgekeerd. Door ouderen flexibel, vitaal en fit te houden in de maatschappij kunnen we samen aan de slag. Dan moet je echter wel oude opgebouwde “rechten” loslaten en open staan voor verandering. Omdat verandering eng is, houden mensen graag vast aan bestaande patronen en slaken kreten zoals: Ik heb recht op werk of zorg of geluk. En de vraag is of dat eigenlijk wel zo is. Door het-recht-hebben-op als uitgangspunt te nemen, houd je vast aan bestaande situaties en ben je niet geneigd dit weg te geven of te delen. Je komt dus alleen te staan en isoleert je van de groep en samenleving. Dan ben je niet meer zelfstandig, maar alleen.

De afgelopen jaren heb ik in mijn workshops de zelfredzaamheid centraal gezet zonder het specifiek te benoemen. De training “Solliciteren kan je leren!“ is gericht op de zelfredzaamheid van MBO studenten. Denk aan hun eerste gesprek voor een (maatschappelijke) stage, intake bij een nieuwe studie, vakantie- of bijbaan naast de studie en hun echte eerste functie. Het focust op de mate van zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn. Geen rode vlekken in je nek of zweterige handen. Je weet wie je bent en wat je te bieden/vragen hebt. Dat werkt voortreffelijk (ook bij ouder dan 25 jaar, voor vrijwilligers of in zelfstandige teams).

Het project de Re-integratie Express is een positief HR-instrument voor langdurig zieken die niet kunnen terugkeren naar eigen werk. We hebben dit traject ontwikkelt voor re-integratie 1e en 2e spoor (metafoor is reizen per trein), zodat deze mensen op een positieve en leuke manier gestimuleerd worden zelf te bepalen hoe ze hun einddoel gaan bereiken. Het leuke van het traject is dat ze zelf “bewijslast” verzamelen zodat ze -samen met hun werkgever- bij een WIA-beoordeling kunnen aantonen: Re-integratie is helaas niet gelukt, maar dat ligt niet aan niet-willen maar aan niet-kunnen!

Een derde voorbeeld is ontwikkeld afgelopen zomer: De Lifestyle kalender. Ook hier krijgt de medewerker een positieve prikkel om bewust te worden van zijn/haar levensstijl en de gevolgen hiervan op leven en werken. Dit wordt aan de hand van de seizoenen in een praktische activiteit omgezet. Daardoor maken mensen kennis met iets nieuws of gaan samen aan de slag. Ze vergroten hun zelfredzaamheid door samen te doen.

Hanneke, hoe creí«er je het bewustzijn van samen-doen en zelfredzaamheid bij leerkrachten van een basisschool?

Hanneke:

Toen je het had over jong leert van oud en oud leert van jong, zag ik de basisschool al voor me. Leerkrachten leren aan kinderen, maar kinderen leren ook aan leerkrachten door te laten zien wie ze zijn en wat zij in het onderwijs nodig hebben. Je komt tot de ontdekking wat de onderwijsbehoefte is van dit kind in deze situatie, met deze leerkracht en met deze ouders. Dit heet handelings gericht werken.

Ook de leidinggevende zal in school open moeten staan voor zijn personeel door hen het vertrouwen te geven dat wat ze doen, ook goed doen, een soort van autonomie geven waarin zij zichzelf kunnen laten zien. Daar leer ik weer van. Andersom kan ik hen ook dingen laten zien.

Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar.

Ook ouders zullen met hun eigen kinderen een soort wisselwerking moeten creeren. Dat begint met voordoen en nadoen, maar als je samen een spel speelt, reageer je op elkaars reacties. Je leert als ouder om een goede reactie of stimulans te geven aan kinderen. Kinderen leren van hun ouders door dit in een andere situatie na te doen. Ouders geef uw kind(eren) vertrouwen en laat ze dingen ontdekken, zelf doen(!) en ervaren hoe de dingen moeten gaan. Dan worden het zelfstandige kinderen die uitstekend floreren in hun zelfredzaamheid.

Zo leren we allemaal hoe we zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen:

  • voordoen en nadoen (imitatiegedrag)
  • kennis opdoen (van elkaar of uit een boek)
  • vaardigheden leren en leren toepassen (hoe houd ik een goed gesprek)
  • leren communiceren met anderen
  • attitude: aanvoelen wanneer dingen wel of niet gewenst zijn.
  • sociale vaardigheden: omgang met anderen, complimenten geven, vertrouwen geen, niet afkraken, stimuleren

Esmeralda, herken jij bovengenoemde punten in jouw werk en de workshops die je geeft?

Esmeralda:

Grappig! Jij haakt in op één stukje uit mijn alinea en ik blijf hangen in jouw tekst “Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar”. Ik blijf maar nieuwsgierig hoe de docenten niet alleen van kinderen, maar ook van elkaar leren. En dan niet alleen binnen de school, maar ook daarbuiten: intercollegiaal. In het kader van zelfredzaamheid vraag ik mij af of de docenten dit doen en met welk doel. Is er sprake van imitatiegedrag en luisteren of aanvoelen omdat dit een goede didactische manier is of omdat zij geí¯nteresseerd zijn in de ander (kind of collega)? Hoe worden zij daar zelf wijzer/zelfstandig van en bevordert dit in hun zelfredzaamheid?

Het antwoord zal waarschijnlijk een soort brug vormen naar jouw vraag aan mij hoe ik de opgenoemde punten verwerk in mijn werk en workshops. Dat mensen van elkaar leren en daardoor beter kunnen inspelen op veranderingen zit vast aan de AVAfit visie, maar de meeste mensen vinden verandering eng en willen vasthouden aan het oude vertrouwde. Indien docenten dit starre voorbeeldgedrag tonen aan de kinderen, zullen zij ook minder flexibel zijn. Dat is jammer, want zoals Darwin ons al leerde: Het zijn niet de grootste en sterkste dieren die overleven, maar die specií«n die zich snel aanpassen aan de omgeving. Rosabeth Moss Kanter, Professor aan de Harvard Business School, geeft het advies: Zorg er voor dat je je als leider (ik lees ook docent) zelf blijft ontwikkelen en zorg er voor dat jouw medewerkers (ik lees ook kinderen) ook de ruimte hebben zich te ontwikkelen. Stephen Covey’s centrale gedachte is:’Verbind je met idealen, hogere doelen en wees daarin oprecht en authentiek’.

Dus mijn laatste vraag aan jou is: Hoe en wat leren docenten van elkaar om zelfredzaam te zijn en te blijven?

Hanneke

Leuk dat je daarna vraagt, want we zijn bezig om van onze school een lerende school te maken. Door eerst eens een gezamenlijke visie op te stellen en leren om elkaar goede feedback te geven (welke uiteraard stimulerend is bedoeld, nooit afkrakend), zijn we steeds meer bezig om elkaar dingen duidelijk te maken en zo van elkaar te leren. Onze volgende stap in een lerende school, is de collegiale consultatie, waarbij leerkrachten bij elkaar in de klas gaan kijken om iets (in dit dit geval het onderdeel zelfstandig werken, omdat we dit als school aan het ontwikkelen zijn. Grappig eigenlijk, want ook hierin leert een kind in de groep zijn zelfredzaamheid te stimuleren aan de hand van regels van het zelfstandig werken: stoplicht, blokje, instructietafel) te bekijken en elkaar daarover goede feedback te geven. Hiervoor hebben we al een formulier ontwikkelt waarop gescoord kan worden, maar ook ruimte is voor vragen van leerkrachten die bekeken worden. Kun je eens kijken hoe ik reageer op dat kind, bijvoorbeeld. Dit vergt een veilige omgeving voor alle leerkrachten, maar is bijzonder leerzaam voor alle partijen. Organisatorisch zullen IB-ers, RT-er, locatieleider en ik als directeur een of meerdere klassen moeten overnemen, maar dit is het waard!

Ook functioneringsgesprekken zijn momenten om naar elkaar te luisteren. Ik leer van de collega’s en zij van mij door elkaar een spiegel voor te houden. Het MO (Management Overleg) met alle directeuren van de stichting is ook wel waard om te bekijken waaruit de kracht van mensen gehaald kan worden. Iedereen heeft immers zijn eigen kwaliteiten. Om even terug te komen op het “zelfstandig werken” bij ons op school. Dit is bedoeld om kinderen te leren om te gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen te zoeken en zelf de goede vragen te stellen aan leerkracht of andere leerling. Ook effectief werken heeft hiermee te maken, want als een vraag niet op dat moment beantwoord kan worden, gaat de leerling eerst verder met de dingen die ze wel weten. Zelfredzaamheid is dus voor iedereen belangrijk, als je maar open staat om met elkaar in gesprek te raken en open staat voor feedback van anderen. Leren feedback te geven (“ik zie….”) en leren feedback te ontvangen (“begrijp ik goed dat….”) Dat is de kunst.

Tenslotte:

Zelfredzaamheid kun je niet alleen, daarvoor heb je anderen nodig. Je ziet het overal in terug, het werk, huis, contact met vrienden en familie, ja in het hele dagelijkse leven. Hiervoor zijn stimulerende factoren nodig: open staan voor anderen, veilige omgeving, vertrouwen geven, eerlijkheid, interactie ofwel actie en reactie, goede communicatie dus. Zo leren we van elkaar en is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer.

Zelfredzaamheid is dus zelfstandig oplossingen kunnen zoeken, zelf – eventueel samen met anderen – iets voor elkaar krijgen.

Zelfredzaamheid hebben we nodig om uiteindelijk te overleven. Het is dus van belang dat iedereen het kan en leert als men jong is en het blijft kunnen als men ouder wordt.

Meer lezen van Esmeralda de Vries? Esmeralda schreef ook:

Jip en Janneke is Social Media Land

Gebruik je lach als communicatiemiddel!
HRM: Leven heeft een ritme
HRM: Oude koeien uit de cijfersloot
HRM: Vriendschap is een werkwoord!
HRM: De Mexicaanse visser en de zakenman
Vakmanschap is meesterschap!
HRM: Bemoei je met je eigen zaken!
HRM: Zelf(s)management is hot!


Delen

About Esmeralda de Vries

Esmeralda de Vries is arbeidsmarkt-watcher en organisatie-socioloog. Met een technische en HRM achtergrond heeft zij vanuit haar bureau E. de Vries Personeelsadviezen een methode ontwikkeld voor strategisch HRM en werkONDERNEMERschap: het AVAfit model. AVA staat voor Afstemming in de Vraag náár en de Afstemming ín werk. Fit staat voor de fits en schakels er tussen. Deze systematiek maakt het mogelijk om stap voor stap strategisch HRM doelgericht te gebruiken. AVAfit is toepasbaar op persoonlijk, HRM, organisatorisch en branche niveau.

Momenteel verricht zij - als buitenpromovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Twente - onderzoek naar de omgevingsinvloeden op (nieuwe) arbeidsverhoudingen en een fit SHRM.

Als onderzoeker, blogger en spreker is haar kernwoord "nieuwsgierigheid". Niet alleen speurt zij naar ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt en vertaalt deze naar praktische acties op de werkvloer, maar laat zij anderen ook nieuwsgierig worden naar de mogelijkheden die deze veranderingen bieden. In zowel gastcolleges op hogeschool en universiteit als (key-note) spreker slaat zij tijdsbruggen tussen alumni & studenten, oud & jong, profit & non-profit, werkgever&werknemer.

Emeralda maakt gebruik van nieuwe mogelijkheden zoals social media. Je kunt haar volgen op Twitter, LinkedIn, Facebook en www.avafit.com .