‘Het gaat om eerlijke pensioenopbouw’

      Reacties uitgeschakeld voor ‘Het gaat om eerlijke pensioenopbouw’
Delen

Opiniestuk FNV-bestuurder Gijs van Dijk: Het gaat om eerlijke pensioenopbouw.

Vorige week pleitte ik in het Financií«le Dagblad voor een inkomensafhankelijke pensioenopbouw. Daarop kwamen allerlei reacties, vaak ook heel positieve. Maar er kwam natuurlijk ook kritiek. Soms genuanceerd, een andere keer ongefundeerd. Ik sta altijd open voor kritiek, maar veel criticasters gooiden alles op een hoop. En daarbij gingen ze voorbij aan het feit dat het voorstel juist een aantal problemen rondom de doorsneesystematiek oplost.

Doorsneesystematiek

De inkomenseffecten van het voorstel komen namelijk overeen met wat er gebeurt als je de doorsneesystematiek zou afschaffen. In beide plannen wordt namelijk de band tussen de premie die wordt betaald en opgebouwde pensioenaanspraak versterkt. Dus geen nivellering maar het ongedaan maken van denivellering,  professor Jean Frijns zei in 2009 al: “De laatste jaren van mijn pensioen worden betaald door de vuilnisophalers die ook in het ABP zitten.” Ons voorstel wil iets aan die scheve verhouding doen.

Daarnaast maak je hierdoor ook de inkomensoverdracht van jong naar oud kleiner. En dat moet veel tegenstanders toch plezieren, want dat is exact wat er gebeurt als je de doorsneeopbouw afschaft. De VVD bijvoorbeeld wil jongeren een hogere pensioenopbouw geven. En dat is dus precies wat wij voorstellen. Zij zullen namelijk meer pensioen opbouwen, want in het begin van hun carrií¨re verdienen ook zij vaak een laag inkomen.

Lagere opleiding, lager inkomen, minder lang leven

Helaas is het nu eenmaal een hard feit dat mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen drie tot vier jaar minder lang leven dan mensen met een hogere opleiding en hoger inkomen. Een reden hiervoor is dat mensen met een lager inkomen ook vaker een fysiek beroep hebben. Zij betalen echter wel net zoveel pensioenpremie als hogere inkomens. En daar moeten we wat aan doen, aan die perverse solidariteit.

Het probleem kan namelijk deels worden gecorrigeerd door voor de lagere inkomens een lagere franchise te hanteren. Er wordt dan ook met een lager opbouwpercentage gerekend. Voor lagere inkomens is een lagere franchise belangrijker dan een hoger opbouwpercentage. Jaren geleden hebben werkgevers en werknemers hier al afspraken over gemaakt om zo met name de fysiek zware beroepen tegemoet te komen. Bij het ABP is dit al geregeld; tot een inkomen van rond de € 37.500 is de franchise lager en boven deze grens is de franchise hoger. De FNV wil dit verder uitwerken en in meer pensioenregelingen afspreken.

Financiering

Dit kan morgen worden ingevoerd, zonder grote overgangskosten van €100 miljard en transitieproblemen. Kortom de problemen die kleven aan het afschaffen van de doorsneeopbouw. Want niemand heeft nog een oplossing voor de financiering van die kosten. Ons plan helpt om de arbeidsmarktpositie van lager geschoolde werknemers te versterken. We zien dat door de snelle stijging van de AOW-leeftijd de uitval onder oudere werknemers via arbeidsongeschiktheid en werkloosheid toeneemt en dat dit het sterkst speelt voor lager geschoolden in fysiek zware beroepen. In de discussie over de toekomst van ons pensioenstelsel wordt het probleem van deze oneerlijkheid in de pensioenopbouw niet of nauwelijks benoemd. De FNV vindt dat deze problematiek meer aandacht verdient. Net zoveel aandacht als andere problemen op pensioengebied.

FNV-bestuurder Gijs van Dijk

Bron: FNV.nl


Delen