De fleXTC-verslaving van werkgevers

      Reacties uitgeschakeld voor De fleXTC-verslaving van werkgevers
Delen

De Tweede Kamer sprak woensdag 2 maart over de Wet Werk en Zekerheid die afgelopen jaar is ingegaan. In deze wet staat onder andere dat werknemers na 2 jaar van kortdurende contracten recht hebben op een vast contract. Deze afspraak hebben vakbonden en werkgeversorganisaties in het sociaal akkoord gemaakt.

Het doel van de afspraak was om de groeiende onzekerheid op de arbeidsmarkt in te tomen. Vóór de WWZ konden werkgevers werknemers 3 jaar aan het lijntje houden. Wat we nu zien is dat te veel werkgevers de carrousel van werknemers met een jaar hebben verkort. Hun verslaving aan flex is hardnekkiger dan gedacht. Je zou kunnen zeggen dat deze werkgevers een paar pillen fleXTC te veel op hebben.

Bestaansonzekerheid 

De gevolgen van de verslaving aan flex worden steeds duidelijker. Ondertussen hebben 1,9 miljoen mensen een flexibel arbeidscontract en zijn er nog eens 1 miljoen mensen als zelfstandige zonder personeel aan de slag. Een groeiend deel van deze mensen ervaart bestaansonzekerheid. Krijg ik volgende maand weer een opdracht? Voor wanneer word ik volgende week ingeroosterd? Kan ik mijn huur deze maand betalen? Uit de Gewoon Goed Werk Meter, een onderzoek onder 46.000 werknemers, blijkt dat 35 procent van de mensen met een onzeker contract een inkomen hebben waarvan ze hun basisbehoeften niet kunnen bekostigen.

Toenemende werkdruk

Maar dat is niet het enige. De ándere kant van de medaille is dat de werkdruk voor mensen met een vast contract toeneemt. Twee derde van de vaste krachten ervoer in 2015 een hoge werkdruk. In 2011 was dit nog 50 procent. De verklaring hiervoor is dat de continuí¯teit van de bedrijfsvoering op hun schouders terechtkomt. Zo verliezen we allemaal: de mensen in de flexibele schil door een toenemende druk om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud en de mensen in vaste dienst door toenemende werkdruk.

Groeiende ongelijkheid 

We verliezen natuurlijk niet allemáál. Veel bedrijven varen wel bij de grotere mogelijkheden om arbeid in te zetten waar en wanneer zij willen. En dat í­s ook makkelijk, dat begrijp ik best. Als het niet zo druk is tussen drie en half vijf in het hamburgerrestaurant, het fitnesscentrum of de bus dan roosteren we minder mensen in. Of als we een postsorteerder weliswaar hebben opgeroepen om ’s nachts te werken, dan sturen we hem aan het begin van zijn dienst om elf uur tóch maar naar huis omdat er eigenlijk geen werk is. Of als een uitzendkracht uit Polen goedkoper is omdat er veel minder sociale bijdragen te hoeven worden betaald, dan nemen we geen werknemers uit Nederland aan. Makkelijk zat inderdaad. Het gevolg hiervan als dit op grote schaal wordt toegepast, is dat die mensen 12 uur per dag beschikbaar moeten zijn voor 6 uur werk en chronisch onderbetaald worden. Bestaansonzekerheid dus. En een groeiende ongelijkheid.

Winsten stijgen 

Maar er winnen dus ook mensen. Laten we eens kijken naar de portemonnee van de werkgevers. Die is de afgelopen vijftien jaar fors dikker geworden. Met name de grote werkgevers zagen hun winsten stijgen. In totaal verdubbelden de winsten bijna naar 180 miljard in 2014. In diezelfde periode daalde de belasting op die winsten fors; bedrijven droegen in 2000 nog 16 miljard bij, in 2014 was dat 10 miljard. Het geld is er.

Tweedeling 

Afgelopen week nog uitte de Europese Commissie grote zorgen over ons land. De doorstroom van tijdelijk naar vast werk is beperkt wat zorgt voor het risico op “arbeidsmarktsegmentatie”. Dat is Brussels voor tweedeling. Ook meldt de Europese Commissie nog dat door het groter worden van de verschillen tussen vast en flex het stelsel van sociale voorzieningen onder druk kan komen te staan. Dit wordt extra alarmerend als we de recente cijfers van het CBS er bij pakken: de toename van werkgelegenheid in Nederland is vooral tijdelijk werk. Er zijn bijna geen vaste banen bijgekomen.

Echte banen 

Wat we nodig hebben is een mentaliteitsverandering bij werkgevers. Het wordt dus tijd dat zij afkicken van fleXTC en gewoon hun eigen afspraken uit het sociaal akkoord nakomen. Het kán, kijk maar naar de afspraken over echte banen die de vakbond heeft bedongen in bijvoorbeeld de ziekenhuizen, bij Tata Steel, DSV, veel gemeenten en zo kan ik wel even doorgaan. Waar het in de kern om gaat: het maken van winst kost geld, daar moeten we meer van doordrongen zijn.

De belangrijkste resultaten uit de Gewoon Goed Werk Meter

  • Hoge werkdruk: In 2015 ondervond 64% van de deelnemers met een vast contract vaak een hoge werkdruk, tegenover 48% in 2011. Bij de deelnemers met onzeker werk ondervond in 2015 52% van de deelnemers met een onzeker contract een hoge werkdruk, tegenover 42% in 2011.
  • Emotioneel zwaar: 50% van de deelnemers met een vast contract vindt het werk geestelijk of emotioneel zwaar, tegenover 31% in 2011. Van de deelnemers met onzeker werk vindt 33% het werk geestelijk en emotioneel zwaar, tegenover 27% in 2011.
  • Inkomen: Van de mensen met een vast contract vindt 21% het inkomen onvoldoende, tegenover 20% in 2011. Van de mensen met onzeker werk vindt 35% het inkomen onvoldoende, dat is onveranderd vergeleken met 2011.
  • Voorbeelden: In 2015 springt vooral het onderwijs er uit, waar 36% van de deelnemers met een vast contract aangeeft vaak onder hoge tijdsdruk te werken, tegenover 25% van de werknemers met een flex contract. Daarna volgt de zorg, met respectievelijk 34% tegenover 24%.

Bron: FNV Auteur: Mariette Patijn, coí¶rdinator arbeidsvoorwaardenbeleid FNV


Delen