Nederlandse vrouwen werken al op jonge leeftijd in deeltijd

  • Jonge vrouwen werken al vaker in deeltijd dan jonge mannen: 62% van de vrouwen van 18-25 jaar en 28% van de mannen heeft een deeltijdbaan.
  • Jonge vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig dan jonge mannen. Het verschil is het grootst in de groep 30-34 jaar: 66% van de vrouwen en 82% van de mannen is economisch zelfstandig.
  • Direct na afstuderen zijn jonge vrouwen minder positief over hun werk dan jonge mannen; ook zijn ze minder positief over hun carrièreperspectieven.
  • Nederland kent de grootste verschillen in aantal gewerkte uren tussen jonge vrouwen en mannen ten opzichte van andere EU-landen.

Dit blijkt uit Eerste treden op de arbeidsmarkt, een onderzoek naar jonge werkende vrouwen en mannen van Ans Merens (SCP), Freek Bucx (SCP) en Christoph Meng (ROA; Research centre for Education and the Labor Market), dat het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft uitgebracht.

Jonge vrouwen en mannen na opleiding even vaak een baan

Na het behalen van hun diploma vinden jonge vrouwen en mannen ongeveer even vaak werk. Vrouwen van 26-30 jaar en 31-35 jaar hebben iets minder vaak werk dan mannen. Dit komt vooral doordat meer vrouwen dan mannen in deze leeftijd volledig voor de kinderen zorgen.

De werkloosheid is onder jonge vrouwen en mannen tot 35 jaar ongeveer even groot (rond 5%).

Vrouwen werken al vroeg in loopbaan in deeltijd

Anders dan vaak wordt gedacht, zijn het niet alleen moeders met jonge kinderen die in deeltijd werken. Uit het onderzoek blijkt dat jonge vrouwen kort na afronding van hun opleiding al vaker in deeltijd werken dan jonge mannen, dus ook als de meesten van hen nog geen kinderen hebben (62% tegenover 28%).

Onder vrouwen en mannen van 26-30 en 31-35 jaar zijn de verschillen in deeltijdwerk nog groter (26-30 jaar: 56% tegenover 15%; 31-35 jaar: 69% tegenover 14%). In deze leeftijdsgroepen speelt de zorg voor kinderen wel een rol.

Nederland koploper in Europa: grootste verschillen in aantal gewerkte uren tussen jonge vrouwen en mannen

Nederland springt eruit vanwege het grote verschil in het aantal gewerkte uren tussen jonge vrouwen en mannen (gemiddeld 29 tegenover 37 uur). Het gemiddeld aantal gewerkte uren in Europa is voor vrouwen 35 uur en voor mannen 39 uur. In sommige Europese landen zijn deze verschillen iets minder groot dan in Nederland. In andere  landen zijn de verschillen tussen vrouwen en mannen klein of zelfs afwezig, zoals in Bulgarije.

Ook hebben jonge vrouwen (20-35 jaar) in vrijwel alle Europese landen minder vaak dan mannen betaald werk. Hierin neemt Nederland een middenpositie in.

Jonge vrouwen tot 30 jaar verdienen per uur meer dan mannen of evenveel

Jonge vrouwen (18-30 jaar) die bij de overheid werken, verdienen een hoger uurloon dan mannen. Vrouwen en mannen van 31-35 jaar verdienen evenveel bij de overheid. In het bedrijfsleven hebben alleen vrouwen tot 25 jaar een hoger uurloon. Vrouwen van 31-35 jaar verdienen in het bedrijfsleven echter minder per uur dan mannen.

Jonge vrouwen minder vaak economisch zelfstandig

Hoewel veel jonge vrouwen per uur meer dan of evenveel verdienen als mannelijke leeftijdgenoten, is hun jaarinkomen lager dan dat van mannen. Ook zijn jonge vrouwen minder vaak economisch zelfstandig dan mannen in deze leeftijd. Vooral in de categorie 30-34 jaar is het verschil aanzienlijk (66% van de vrouwen is economisch zelfstandig tegenover 82% van de mannen). (Economische zelfstandigheid houdt in: een inkomen uit werk van ten minste € 920 per maand).

De verschillen in jaarinkomens en economische zelfstandigheid van jonge vrouwen en mannen kunnen grotendeels worden verklaard door verschillen in het aantal gewerkte uren.

Vrouwelijke schoolverlaters minder tevreden over hun werk en carrièrekansen

Vrouwen die recent na hun opleiding werken, zijn minder tevreden over hun baan dan mannen. Ook zijn ze minder positief over hun carrièreperspectieven. Deze man-vrouwverschillen zijn vooral groot in de commerciële dienstverlening. Vrouwen die een relatief laag salaris ontvangen zijn minder tevreden dan vrouwen met hogere salarissen.

Over het onderzoek

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zet al lange tijd in op het verhogen van de economische zelfstandigheid van vrouwen. OCW wil graag meer inzicht in het moment waarop het verschil in economische zelfstandigheid tussen vrouwen en mannen ontstaat en wat de onderliggende mechanismen zijn. Het is immers bekend dat vrouwen het beter doen in het onderwijs, maar dat ze die voorsprong niet vasthouden op de arbeidsmarkt. OCW en het SCP zijn daarom een Europees project gestart (met subsidie van de Europese Commissie) dat zich richt op jonge vrouwen en mannen (van 18-35 jaar) aan het begin van hun arbeidsloopbaan.

Het project bestaat uit een onderzoek (zowel kwantitatief als kwalitatief) en expertmeetings met beleidsmakers, onderzoekers en jongeren. Tijdens het tweede deel van het project zal de focus liggen op het verklaren van de geconstateerde verschillen en het in kaart brengen van mogelijke beleidsinterventies. Deze publicatie geeft de eerste resultaten van het kwantitatieve deel van het onderzoek.

Bron: Sociaal en Cultureel Planbureau

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 10.0/10 (1 vote cast)
Nederlandse vrouwen werken al op jonge leeftijd in deeltijd, 10.0 out of 10 based on 1 rating

About Redactie