Verschillende pensioenleeftijden: Wat betekent dit voor mij?

      Reacties uitgeschakeld voor Verschillende pensioenleeftijden: Wat betekent dit voor mij?
Delen

Bij veel mensen is niet bekend dat er verschillende pensioenleeftijden bestaan voor de AOW en het aanvullende pensioen. Veel mensen weten dan ook niet wat dit voor hen betekent of hebben hier vragen over. VCP-beleidsmedewerker Klaartje de Boer geeft tekst en uitleg over de verschillende leeftijden en wat dit voor uw pensioen kan betekenen.

Meerdere pijlers

Ons pensioenstelsel bestaat uit meerdere pijlers. De eerste pijler bestaat uit de AOW. De AOW is een basispensioen voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. De AOW is een volksverzekering. Woont of werkt u in Nederland, dan bent u zeer waarschijnlijk verzekerd voor de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt het AOW-pensioen uit. Indien u werkt bij een werkgever bouwt u daarnaast ook vaak aanvullend pensioen op bij een verzekeraar of pensioenfonds. U en uw werkgever betalen hier pensioenpremie voor. Het aanvullende pensioen wordt ook wel de tweede pijler genoemd.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat bij ongewijzigd beleid van dit kabinet in stappen omhoog. De AOW leeftijd is per 1 januari 2018 omhoog gegaan naar 66 jaar en gaat in stappen naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Indien de levensverwachting stijgt dan stijgt ook de AOW-leeftijd. Deze stijging wordt nu 5 jaar van te voren bekend gemaakt. In 2022 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. In 2023 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden omdat de levensverwachting niet verder is gestegen. Dit is vorig jaar bekend gemaakt.

U ontvangt uw eerste AOW-pensioen vanaf de dag waarop u uw AOW-leeftijd bereikt. Uw AOW-leeftijd hangt dus af van uw geboortedatum. Hier kunt u zien wat uw AOW-leeftijd is en voor mensen die geboren zijn voor 1956 wat hun geschatte AOW-leeftijd is. U kunt uw AOW dus niet eerder of later laten uitkeren.

Pensioenrichtleeftijd bij het aanvullende pensioen

Bij de aanvullende pensioenen wordt gesproken over de pensioenrichtleeftijd. Hier wordt het iets ingewikkelder. De pensioenrichtleeftijd wordt bij wet voorgeschreven voor alle pensioenuitvoerders van Nederland. De pensioenrichtleeftijd is de pensioenleeftijd die in beeld komt bij de berekening van de jaarlijkse pensioenopbouw en bij de bepaling van het fiscaal maximale pensioen dat mag worden opgebouwd door een werknemer.

De wetgever heeft enkele jaren geleden in de wet vastgelegd dat AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd meelopen met de resterende levensverwachting op 65 jaar. Op die manier blijft bij een blijvend stijgende levensverwachting de periode waarover AOW en pensioen worden uitgekeerd in de toekomst gelijk en daarmee betaalbaar.

Op 1 januari 2014 werd de pensioenrichtleeftijd vanwege achterstallig onderhoud in één keer verhoogd naar 67 jaar, daarvoor was deze sinds mensenheugenis 65 jaar. In 2016 stelde het CBS vast dat de levensverwachting op 65 jaar weer met een jaar was gestegen, zodat eind 2016 werd vastgelegd dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 ook met een jaar naar 68 jaar zou stijgen.

Pensioenrichtleeftijd verschilt per pensioenfonds

Veel pensioenfondsen hebben per 1 januari de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar. Er zijn echter ook pensioenfondsen die vasthouden aan een lagere pensioenrichtleeftijd. De fiscus staat toe om in 2018 niet aan te sluiten bij de verhoging van de pensioenrichtleeftijd, maar die gelijk te houden op bijvoorbeeld 67 jaar.

Zelf pensioenmoment bepalen

Zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd is niet de feitelijke leeftijd waarop u met pensioen kunt gaan. Dit bepaalt u natuurlijk zelf. Het daadwerkelijk moment dat u stopt met werken en met pensioen gaat, kunt u dus onafhankelijk van de pensioenrichtleeftijd nog steeds zelf kiezen. Dit mits uw pensioenregeling hier ruimte toe biedt.

Bij het overgrote deel van de pensioenregelingen is dit het geval en kunt u gebruik maken van deeltijdpensioen of uw pensioen eerder of later laten uitkeren (bij langer doorwerken). Bekijk uw pensioenregeling of de website van uw pensioenfonds wat de mogelijkheden zijn.

Actuarieel neutraal 

Wanneer u kiest uw aanvullend pensioen gelijk te zetten op uw AOW-leeftijd of op een ander moment dan de op dit moment in uw pensioenregeling geldende pensioenrichtleeftijd dan zal uw pensioenfonds uw opgebouwde pensioenen met verschillende pensioenrichtleeftijden actuarieel omrekenen naar de door u gekozen pensioenleeftijd.

Dat gebeurt actuarieel neutraal, d.w.z. als u bijv. met pensioen gaat op 66 jaar, dan wordt het pensioen dat u heeft opgebouwd met pensioenrichtleeftijd 65 jaar (tot 1 januari 2014) verhoogd met pakweg 7%. Het deel pensioen dat u heeft opgebouwd met pensioenrichtleeftijd 67 jaar (vanaf 1 januari 2014) wordt bij pensioenleeftijd 66 jaar juist verlaagd met pakweg 7%.

Eerder of later stoppen met werken

Eerder stoppen met werken of in deeltijd gaan werken betekent dus wel dat uw pensioen lager wordt. U betaalt immers minder lang (of minder) pensioenpremie. Langer doorwerken betekent juist een hoger aanvullend pensioen, omdat een pensioenfonds dan pas later begint met uitkeren. Wilt u doorwerken na de voor u geldende AOW-datum dan zult u wel de goedkeuring van uw werkgever moeten hebben. Indien u voor uw AOW-datum uw aanvullend pensioen laat uitkeren kan dit fiscale gevolgen met zich meebrengen. Tot aan de AOW-leeftijd betaalt u namelijk meer belasting dan erna. Laat u hierover altijd goed informeren.

Let op de grenzen en voorkom teleurstellingen

Er zijn vaak wel grenzen. Deze grenzen hangen enerzijds af van de in uw cao en pensioenregeling opgenomen mogelijkheden maar ook van de wet- en regelgeving inzake eerder of in deeltijd stoppen met werken. Zo kunt u bijvoorbeeld bij het ABP uw aanvullend pensioen op dit moment op z’n vroegst laten ingaan vanaf de maand waarin u 60 jaar wordt en tot op z’n laatst 5 jaar na de op enig moment uw u geldende AOW-datum.

Bij eerder stoppen of in deeltijd werken moet u bij veel pensioenuitvoerders een intentieverklaring aanvragen, waarin u verklaart daarmee dat u niet meer pensioen aanvraagt dan waarvoor u minder gaat werken. En dat u niet van plan bent om die uren in de toekomst weer te gaan werken. Check dus voor uw eigen pensioenregeling wat de mogelijkheden zijn.

Let op: Indien u besluit eerder met (deeltijd)pensioen te gaan dan 5 jaar voor de voor uw geldende AOW-leeftijd, kan dit fiscaal forse nadelen met zich meebrengen. Laat u dus altijd goed informeren, indien u dit toch besluit.

Bron: VCP


Delen